In gesprekken over relaties valt het woord ‘narcist’ steeds vaker. Maar lang niet iedereen die zo wordt aangeduid, heeft ook daadwerkelijk een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Er is een wezenlijk verschil tussen iemand met narcistische trekken en iemand met een gediagnosticeerde stoornis — en dat verschil is belangrijk voor hoe je ermee omgaat.
Narcisme als spectrum
Narcisme is geen schakelaar die aan of uit staat. Het is een spectrum waarop iedereen zich ergens bevindt. Aan de ene kant staan mensen met weinig tot geen narcistische eigenschappen, aan de andere kant mensen met een volledige narcistische persoonlijkheidsstoornis.
Een bepaalde mate van narcisme is normaal en zelfs gezond. Een gezond zelfvertrouwen, trots op je prestaties en het vermogen om voor jezelf op te komen bevatten allemaal een element van narcisme. Psychologen noemen dit soms ‘gezond narcisme’ of ‘adaptief narcisme’. Het wordt pas problematisch wanneer narcistische eigenschappen zo dominant worden dat ze het functioneren en relaties verstoren.
Wat zijn narcistische trekken?
Narcistische trekken zijn persoonlijkheidseigenschappen die in de richting van narcisme wijzen, maar niet zo ernstig of alomtegenwoordig zijn dat ze als stoornis worden geclassificeerd. Veel mensen vertonen narcistische gedragingen in bepaalde contexten of levensfasen zonder dat er sprake is van pathologie.
Voorbeelden van narcistische trekken zijn een sterke behoefte aan erkenning en complimenten, moeite hebben met kritiek en deze persoonlijk opvatten, de neiging om zichzelf centraal te stellen in gesprekken, een beperkt vermogen om zich in te leven wanneer het hen niet uitkomt, en competitief gedrag dat soms ten koste gaat van anderen.
Iemand met narcistische trekken kan hier last van hebben in relaties, maar is doorgaans in staat tot zelfreflectie en aanpassing. Na een conflict kan hij of zij inzien dat bepaald gedrag niet oké was en bereid zijn om eraan te werken. Er is ruimte voor groei en verandering.
Wat is een narcistische persoonlijkheidsstoornis?
De narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS) is een officieel erkende psychische aandoening die is opgenomen in de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Het gaat om een diepgaand en langdurig patroon van grandiositeit, behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie dat begint in de vroege volwassenheid en zich in uiteenlopende situaties manifesteert.
De negen DSM-5-criteria
Om de diagnose NPS te krijgen, moet iemand aan minimaal vijf van de volgende negen criteria voldoen:
1. Grandiositeit. Een overdreven gevoel van eigenbelang. De persoon overschat eigen prestaties en talenten en verwacht als superieur te worden beschouwd, ook zonder bijpassende prestaties.
2. Fantasieën over succes en macht. Preoccupatie met fantasieën over onbeperkt succes, macht, schoonheid of ideale liefde.
3. Gevoel van specialiteit. Het geloof speciaal en uniek te zijn en alleen begrepen te kunnen worden door — of te horen bij — andere bijzondere of hooggeplaatste personen of instellingen.
4. Buitensporige behoefte aan bewondering. Een voortdurende en excessieve behoefte aan bewondering en bevestiging van anderen.
5. Gevoel van recht op voorkeursbehandeling. Een onredelijk gevoel het recht te hebben op bijzondere behandeling of automatische inwilliging van verwachtingen.
6. Exploitatief gedrag. Het uitbuiten van interpersoonlijke relaties, oftewel: anderen gebruiken om eigen doelen te bereiken.
7. Gebrek aan empathie. Onwil of onvermogen om de gevoelens en behoeften van anderen te herkennen of zich ermee te identificeren.
8. Afgunst. Vaak jaloers zijn op anderen of geloven dat anderen jaloers zijn op hem of haar.
9. Arrogant gedrag. Arrogante, hooghartige gedragingen of houdingen vertonen.
De cruciale verschillen
Hoewel narcistische trekken en NPS op het eerste gezicht op elkaar lijken, zijn er fundamentele verschillen die grote gevolgen hebben voor de relatie en de behandelmogelijkheden.
Diepgang en hardnekkigheid
Bij narcistische trekken is het gedrag vaak situatiegebonden of versterkt door stress. Iemand kan narcistischer gedrag vertonen op het werk dan thuis, of meer in stressvolle periodes. Bij NPS zijn de patronen diepgeworteld, chronisch en aanwezig in vrijwel alle levensgebieden. Ze zijn onderdeel van de persoonlijkheidsstructuur en niet afhankelijk van omstandigheden.
Zelfinzicht en veranderbereidheid
Dit is misschien wel het belangrijkste verschil. Iemand met narcistische trekken is doorgaans in staat om in te zien dat bepaald gedrag problematisch is, vooral wanneer de consequenties voelbaar worden. Er is ruimte voor schaamte, spijt en de motivatie om te veranderen.
Bij NPS is het zelfinzicht doorgaans ernstig beperkt. De persoon ervaart zijn of haar gedrag niet als problematisch maar als gerechtvaardigd. Wanneer er problemen ontstaan in relaties of op het werk, wordt de oorzaak bij anderen gelegd. Dit maakt behandeling bijzonder uitdagend.
Impact op relaties
Narcistische trekken kunnen wrijving veroorzaken in relaties, maar laten doorgaans ruimte voor repair. Na een conflict kan iemand met narcistische trekken bereid zijn om te luisteren, excuses te maken en gedrag aan te passen — al is dit misschien niet altijd even makkelijk.
Bij NPS is de impact op relaties doorgaans ernstiger en structureler. De patronen van manipulatie, gaslighting en emotionele uitbuiting zijn diepgeworteld en herhalen zich ongeacht de partner. Partners van mensen met NPS beschrijven vaak een gevoel van uitputting, verlies van identiteit en langdurige emotionele schade.
Empathie
Mensen met narcistische trekken hebben doorgaans wel degelijk empathisch vermogen, al kunnen ze dit in bepaalde situaties ‘uitschakelen’ wanneer het conflicteert met hun eigen behoeften. Bij NPS is het empathisch vermogen structureel aangetast. De persoon kan empathie soms cognitief begrijpen en zelfs ‘performen’, maar voelt het niet op emotioneel niveau.
Waarom dit onderscheid ertoe doet
Het verschil tussen narcistische trekken en NPS heeft directe consequenties voor hoe je met de situatie omgaat.
Voor de behandeling
Narcistische trekken zijn behandelbaar. Met zelfinzicht, motivatie en de juiste therapeutische begeleiding kunnen mensen leren om hun narcistische patronen te herkennen en te veranderen. Cognitieve gedragstherapie, schematherapie en relatietherapie kunnen allemaal effectief zijn.
Bij NPS is de behandeling aanzienlijk complexer. Langdurige psychotherapie kan helpen, maar de prognose is minder gunstig. Veel mensen met NPS beginnen niet aan therapie omdat ze geen probleem zien, of breken de behandeling vroegtijdig af. Wanneer er wel behandeling plaatsvindt, is het doel vaak niet ‘genezing’ maar het ontwikkelen van meer functionele copingstrategieën.
Voor je relatie
In een relatie met iemand met narcistische trekken is er hoop op verbetering, mits beide partners bereid zijn om te werken aan de relatie. Relatietherapie kan helpen om gezondere communicatiepatronen te ontwikkelen.
In een relatie met iemand met NPS liggen de zaken anders. De verwachting dat je partner fundamenteel zal veranderen is in de meeste gevallen onrealistisch. De focus verschuift dan van het verbeteren van de relatie naar het beschermen van jezelf: grenzen stellen, je sociale netwerk in stand houden en bewuste keuzes maken over de toekomst van de relatie.
De grijze zone
In de praktijk is de grens tussen narcistische trekken en NPS niet altijd scherp. Er zijn mensen die duidelijk meer dan gemiddeld narcistische eigenschappen hebben, maar niet aan alle criteria voor NPS voldoen. Zij bevinden zich in een grijze zone die voor hun partners bijzonder verwarrend kan zijn.
In deze grijze zone hangt veel af van de individuele situatie. Hoe ernstig zijn de narcistische patronen? Is er enige mate van zelfinzicht? Is de persoon bereid om hulp te zoeken? Hoe groot is de impact op jou als partner? Er is geen standaardantwoord, maar het feit dat je je deze vragen stelt, is al waardevol.
Diagnose: wie mag dat bepalen?
Een belangrijk punt om te benadrukken: de diagnose NPS kan alleen worden gesteld door een gekwalificeerde professional, zoals een klinisch psycholoog of psychiater. Het is niet aan partners, familieleden of het internet om deze diagnose te stellen.
Dat gezegd hebbende, heb je geen diagnose nodig om te weten dat bepaald gedrag je ongelukkig maakt of je welzijn schaadt. Je kunt de patronen herkennen en op basis daarvan keuzes maken, ongeacht of er een officieel label aan hangt. Soms is het juist bevrijdend om los te laten of je partner nu ‘echt’ een narcist is en je te richten op de vraag: is deze relatie gezond voor mij?
Nuance bewaren
Het is verleidelijk om het label ‘narcist’ te gebruiken als verklaring voor alle relatieproblemen, maar dat doet de werkelijkheid geen recht. Niet elke moeilijke partner is een narcist, en niet elk egocentrisme is pathologisch. Het bewaren van nuance is belangrijk, zowel om het woord niet te devalueren als om recht te doen aan de complexiteit van menselijk gedrag.
Tegelijkertijd is het belangrijk om niet te ver door te slaan naar de andere kant. Als je structureel lijdt onder het gedrag van je partner en je herkent de patronen die in dit artikel beschreven worden, verdient dat serieuze aandacht — ongeacht of het nu om ‘trekken’ of een ‘stoornis’ gaat.